Lahre is waarschijnlijk één van de oudste nederzettingen in het Ems-gebied. Volgens Abels kan de naam van het dorp afgeleid worden van "lar", wat op erg oude nederzettingen duidt. Het kan ook "hoge kwaliteit grasland" betekenen.

In een oud register van het Klooster Werden, uit 890, wordt het dorp genoemd als "Hlare". In een document over de inwijding van de kerk van Bokeloh in 919 staat het dorp ook vermeld als zijnde lid van de parochie Bokeloh. Ook is er in 1037 in Osnabrueck een certificaat gevonden, waarin staat dat de abt van Corvey de kerken van Bokeloh en Lahre onder zijn hoede kreeg, inclusief het recht op de bijdragen van de boeren.

De Klokkentoren

Ondanks dat er geen documenten zijn gevonden over de eeuwen die volgden is men er zeker van dat er zeer turbulente oorlogsperiodes zijn geweest vol roverij en plundering. De ergste plunderaars waren de graven van Tecklenburg die het landgoed van de familie Ravensberg en van de bisschop van Muenster aanvielen. De edelman Stephan von Duethe uit het Ems-gebied rapporteerde in 1364 over de plunderingen op het land van de bisschop van Muenster: "…. 110 stuks vee, 5 paarden en 6 varkens uit het dorp Lahre. Er werd geplunderd en één huis is plat gebrand. In het dorp was voor tenminste 200 DM schade aangericht." Uit dit rapport zouden we kunnen afleiden dat Lahre een welvarende veeteeltsector had.
De 30-jarige oorlog, van 1618 tot 1648, was een hele zware periode. Hoewel het gebied rondom Haseluenne in eerste instantie niet veel met de oorlog te maken kreeg veranderde dat in 1622. Eerst werd het gebied belaagd door de troepen van Graaf Mansfeld en later door de koninklijke troepen.
De dorpen werden geplunderd en verwoest en de boeren werden bestolen. Ook Lahre had hieronder te lijden. Door de oorlog waren de boeren niet meer in staat om hun land te bewerken. Boer Berndt Jung, die voor de oorlog erg rijs was geweest, veranderde door de oorlog in een bedelaar en droeg vodden. Zijn landgoed was compleet geplunderd, en er was geen dier achter gelaten. Daarnaast was zijn stiefzus, die in het kasteel Kreyenborg woonde, verkracht door soldaten, iets wat in die tijd als een vreselijke smet werd gezien. De rustige tijden kwamen pas terug toen Dodo zu Inn- und Knyphausen in 1633 het roer had overgenomen in het Ems-gebied. De Oost-Friese edelman werkte in de naam van Zweden en woonde in Meppen. Toen hij stierf tijdens een gevecht in 1638 vlakbij Haverbeck ging de oorlogssituatie door. Kort voor het einde van de oorlog, viel de Zweedse generaal Koenigsmark de regio aan. Naast alle ellende die was veroorzaakt door de oorlog werden de mensen ook nog eens geplaagd door de ziekte "de zwarte dood" (de pest). De vele personen die aan deze ziekte stierven werden begraven op de heuvel de Hilgenberg. Door alle omstandigheden zakte het inwoner aantal naar 21 personen in 1652, waarvan 7 onder de leeftijd van 14 jaar.


Na de 30-jarige oorlog genoot Lahre van een aantal vredige jaren. Uit documenten uit het jaar 1739 blijkt dat de boeren in Lahre 10% van hun oogst moesten afstaan (rogge, haver, boekweit, gerst en vlas) waarvan één derde werd doorgestuurd naar de kerk van Haseluenne. Naast deze bijdrage moesten de boeren ook lammeren en kippen leveren voor het Jacobi festival.
De regels van Napoleon leidden tot de liberalisatie van de boeren en tot de afschaffing van de bijdragen, desalniettemin duurde het eeuwen voordat deze veranderingen compleet doorgevoerd waren. Op 23 juli 1833 werd er een wet doorgevoerd waarin boeren onafhankelijk gesteld werden en waarin zij de mogelijkheid geboden kregen om de jaarlijkse bijdragen af te kopen met een éénmalig bedrag dat 25 keer zo groot was als de jaarlijkse bijdrage. Het totale bedrag dat de boeren van Lahre betaalden was 8222 Duitse Daalders en 8 cent, waarvan de kerk van Haseluenne dus één derde ontving.
Op hetzelfde moment vond er ruilverkaveling plaats onder het land van de boeren. Lahre ontwikkelde zich op dezelfde manier als de omliggende dorpen. Noemenswaardig feit is dat tussen 1840 en 1883 18 personen emigreerden naar de Verenigde Staten. Er is geen informatie gevonden over de redenen voor hun vertrek. De introductie van de Spoorverbinding in 1894 tussen Meppen en Haseluenne is ongetwijfeld een belangrijk project geweest in de geschiedenis van Lahre. Het nabij gelegen treinstation Schlepers bood verbeterd transport. In het begin was er alleen een simpele wachtruimte en een extra spoor met laadperron voor vee. In 1898 werd er nog een gebouw bijgebouwd en in 1926 werd er een huis gebouw voor de spoorweg medewerkers en een ruimte om goederen op te slaan. Het spoorsysteem en de goederenopslag werden in 1936 uitgebreid. In 1976 werden al deze gebouwen weer met de grond gelijk gemaakt in verband met  veranderende ontwikkelingen in het verkeer. In 1989 werd de provincieweg recht gelegd en op het treinstation Schleper werd nog één laadspoor behouden omdat dat vaak gebruikt werd voor het parkeren van tankwagens.


 lahre1De Kleuterschool in Lahre, voormalige school

Het onderwijs begon in Lahre rond 1750. Boerenzonen die konden lezen en schrijven waren de onderwijzers. De eerste 'onderwijzer' wiens naam terug gevonden wordt in documenten is Juergen Bruemmer. Hij ontving een compensatie van 9 Duitse Daalders en de ouders de schoolkinderen kookten regelmatig voor hem. Het werd een gewoonte dat Juergen Bruemmer alleen les gaf in de winterperiode. Zijn opvolger was Gerhard Hormann. Tijdens zijn onderwijs periode werd het eerste schoolmeesterhuis gebouwd. Aan beide lange zijden had het huis een raam met een loden kozijn. Warmte kwam van een openhaardvuur. Er word aangenomen dat de scholieren langs kwamen met hout voor de openhaard. Het interieur bestond uit een stenen vloer en stoelen, maar geen tafels. De opvolger van Gerhard Hormann was zijn zoon Gerhard die les gaf tot 1839. in 1838 werd een onderwijs instituut opgericht in Osnabrueck die onderwijzers voorbereidden en opleidden voor hun taak. De eerste onderwijzer van Lahre die in dit instituut was opgeleid heette Woehrmeier. In 1844 gingen 10 jongens en 13 meisjes naar school in Lahre. Onderwijzer Woehrmeier introduceerde ook de zomerlessen die begonnen op Hemelvaartsdag en eindigden op de geboortedag van Maria (8 September). De lessen werden gehouden tussen 06:00 en 09:00 uur. Niet veel later werd er een nieuw schoolmeesterhuis gebouwd met een stalen oven en tafels. Bernhard Viktor Albers nam het werk van schoolmeester Woehrmeier over in 1862 en bleef meester tot 1867. Zijn opvolger was Theodor Bueter uit Herssum die 40 jaar lang les gaf in Lahre. Hetzelfde gold voor Friedrich Freckmann die even zoveel jaar in Lahre les gaf, alleen is hij tussendoor gestopt om te vechten tijdens de oorlog. Na de tweede wereldoorlog werd Karl Effmert leraar in Lahre, gevolgd door Otto Warias die op zijn beurt in 1952 werd opgevolgd door Johannes Domine. Verdere onderwijzers waren de heer Frost en Mevrouw Schricke. In 1956 werd er een nieuwe school gebouwd op de grens tussen Lahre en Huden. Hier werden de lessen vervolgd, totdat de school in 1971 moest sluiten. Één klaslokaal werd daarna nog een aantal jaar gebruikt door de Paulusschool. In 1972 verhuisde een kleuterschool naar het gebouw. In 1992-1993 werd het huis herbouwd en de dakkamer werd vergroot.

De huidige burgemeester is Frau Iris Schulte.

Veranstaltungskalender

Veranstaltungskalender

calendar

 

 

Stadt Haselünne | Rathausplatz 1 | 49740 Haselünne | Tel.: 05961/509-0 | EMail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Öffnungszeiten der Verwaltung

2015 by HoGa Webdesign
Ga naar boven